De kwaliteitsbeoordeling voor de Grasgids wordt uitgevoerd door het onderzoeksinstituut Open teelten in Lelystad, onderdeel van Wageningen Universiteit en Research (WUR). Het rassenonderzoek duurt twee tot drie jaar, waarbij de resultaten worden vergeleken met bestaande Grasgidsrassen. De gegevens vormen een voortschrijdend gemiddelde over acht jaar.
De gazon- en betredingsproeven worden uitgevoerd op drie locaties bij graszaadveredelaars. Het protocol, dat door Plantum wordt bewaakt, stelt strikte eisen aan parameters zoals maaihoogte, zaaidichtheid en bemestingsniveau. WUR zorgt voor onafhankelijke observatie, analyse en rapportage.
Grasrassen worden beoordeeld op diverse criteria, waaronder zodedichtheid, visuele uitstraling, onkruidresistentie, droogtetolerantie en ziektegevoeligheid. Voor sportveldgrassen komt daar nog de grasbezetting onder betreding bij.
Sinds 2002 zijn er significante verbeteringen gerealiseerd. De betredingstolerantie van Engels raaigras is sterk toegenomen, en gazongrassen hebben een dichtere zode met fijner blad. Ook de ziekteresistentie van veldbeemdgrassen is verbeterd.
De Nederlandse Grasgids wordt internationaal erkend als toonaangevende standaard. Samen met Engeland en Frankrijk staat Nederland bekend als kwaliteitsmarkt voor sportvelden, waarbij de Nederlandse testing zich onderscheidt door het gebruik van meerdere testlocaties verspreid door het land.
Op de Aanbevolen Rassenlijst voor Engels raaigras en Veldbeemdgras voor sportvelden worden zeven eindbeoordelingen weergegeven. De positie op deze lijst is echter gebaseerd op maar liefst zeventien verschillende eigenschappen die in de beoordeling worden meegenomen. Elke variëteit op de lijst wordt bovendien jaarlijks opnieuw opgenomen in de veldproeven voor de Nederlandse Grasgids.
Wie zijn vak serieus neemt, raadpleegt daarom de Nederlandse Grasgids als leidraad.
Tetraploïd Engels raaigras is een positieve ontwikkeling en biedt extra mogelijkheden, met name in uitdagende periodes van het jaar, zoals het najaar en het vroege voorjaar. Veel sportveldbeheerders realiseren zich echter niet dat deze variëteiten niet zijn omschreven en vastgesteld binnen de officiële sportmengsels SV7, SV8 en SV100. Met andere woorden: wanneer op het Nederlandse Algemene Keuringsdienst-label (NAK-label) een tetraploïde variëteit staat vermeld, mag de zak niet worden aangeduid als SV7, SV8 of SV100. Dit onderstreept het belang van een duidelijke vermelding op de verpakking of het NAK-label dat het om een ORANJEBAND-mengsel gaat. Alleen dan is er zekerheid dat alle gebruikte variëteiten in het mengsel zijn opgenomen in de Nederlandse Grasgids.
Met het oog op klimaatverandering en toenemende periodes van droogte wordt er steeds meer aandacht besteed aan de ontwikkeling van droogtetolerante rassen. Recente onderzoeken tonen aan dat moderne grassoorten tot 30% minder water nodig hebben dan hun voorgangers, terwijl ze toch hun kwaliteit behouden. Deze ontwikkeling is cruciaal voor de toekomstbestendigheid van zowel sport- als gazontoepassingen, en onderstreept het belang van continue innovatie in de graszaadsector.
Advanta Seeds Nederland ondersteunt het rassenonderzoek voor de Grasgids. ‘Gebruikers van onze grasmengsels moeten kunnen vertrouwen op grasrassen van absolute topkwaliteit. Naast de brede praktijkervaringen is onafhankelijk rassenonderzoek daarvoor zonder twijfel de beste basis’, stelt Job Steunenberg.
Samen maken we jouw groenproject een succes